Iets van beleid zit er wel achter bij de redactie van deze
serie, hoe anders te verklaren dat twee rug aan rug verschenen delen allebei
uit telkens twee romans bestaan waarin een ongewone geheim agent het opneemt
tegen een niet al te snuggere wereldmacht en wint?
Na de Roestvrijstalen Rat van Harry Harrison is het nu de
beurt aan Brion Bayard, een inwoner van Stockholm, die via nul-nullijnen, door
allerlei parallelle werelden heen in conflict raakt met een akelig ras van interdimensionale
slavenhalers.
Echt logisch beleid zit er bij de uitgever echter nu ook
weer niet achter. In al haar wijsheid heeft de redactie namelijk besloten om van een
reeks niet het eerste, maar meteen het tweede deel uit te geven, in dezelfde
band gevolgd door het derde. Het boek bevat vertalingen van de twee romans: The
Other Side of Time uit 1965 en Assignment in nowhere uit 1968, respectievelijk
delen 2 en 3 uit Laumers Imperium-serie. Dat je midden in een serie valt
merk je meteen, omdat er heel veel vreemds niet uitgelegd wordt, want blijkbaar
bekend verondersteld. Plaats van handeling bijvoorbeeld is Stockholm. Waarom? En
wat was dat allemaal over Nul-nullijnen. Wablief?
Eerste indrukken: het is allemaal heel redelijk vertaald door
Mike Grothaus. Het eerste boek is ook veel beter dan de niemendalletjes van
Harrison. We smullen van wilde, buiten hun oevers tredende plots die het lezen in ieder geval
niet tot een sleur maken. Vanaf het begin deed het me
sterk denken aan een stripverhaal: het in Nederland onder de titel Ravian
in de Pep verschenen Valérian van de Franse grootmeester Jean-Claude
Mezières. Vreemde dimensiesprongen, onaangename monsters met parasieten,
slurven en stinkende dierenvellen en steampunk-achtige machines die stuk gaan
geven veel couleur locale aan het eerste verhaal.
Ook deed het een beetje denken aan Roger Zelazny’s wereld van
Amber. Maar waar Zelazny’s dimensiereizigers een parallelle wereld bereiken door
pure denkkracht, bedacht Laumer een shuttle tussen de verschillende tijdlijnen,
gebaseerd op een negentiende-eeuwse ontdekking van het Italiaanse duo Maxoni en
Cocini. Een gevaarlijk vervoermiddel, want als je het verkeerd gebruikt
vernietig je de tijdlijn waarheen je op weg bent.

Brion Bayard is een agent van een Imperiale geheime dienst,
een organisatie die problemen in parallelle tijdruimtes oplost: precies
hetzelfde beroep dus als voornoemde Ravian (en bijna hetzelfde als van de
Roestvrijstalen Rat). Op een dag blijkt heel Stockholm stil te staan. Bayard
ontdekt dat dit het gevolg is van een invasie door de Hagroon, een
onaantrekkelijk ras van mensenetende gorilla’s. Hij bevrijdt Dzok, een
Australopithecus van Xonijeel met de manier van spreken en de stijl van Roger
Moore. Omdat de mensheid bij de Xonijeel als achterlijk en gevaarlijk bekend
staat, wordt hij verbannen naar een fictief verleden waarin Napoleon gewonnen heeft
en Londen dus Frans is (dit doet een beetje denken aan dit MSF deeltje dat ook
een zogenaamde alternative history beschrijft). Hij weet te ontsnappen en
uiteindelijk zijn eigen, bekende nul-nul Stockholm te bereiken om vandaar de
Hagroon een loer te draaien.
De tweede roman is heel anders. De voormalige hoofdpersoon
is een bijrol toebedacht en een Johnny Curlon, Amerikaanse visser die in een
parallel verleden een Plantagenet blijkt te zijn geweest speelt hier de
hoofdrol. Hij moet naar de Chaos om de waarschijnlijkheid te herstellen, want
anders… Na de nodige tijd-ruimtegrappoen verzandt dit verhaal plotseling in een
pure fantasy-setting, om even later zelfs niet veel meer te worden dan een
historische roman met magische zwaarden, pijlen en bogen en naar zwavel
stinkende kerkers. Heel jammer. De booswichten worden verslagen en alles komt op zijn
pootjes terecht. Deze roman vond ik een stuk minder dan de eerste.
Een makke met dit soort parallelle universumverhalen is dat
een dreigend einde van de wereld niet zo vreselijk veel betekent: er zijn
immers oneindig veel werelden in oneindig veel universa die in niet meer dan één
enkele atoom van elkaar verschillen. Een universum meer of minder maakt dan niet
zoveel uit. Dus moet Laumer uit een ander vaatje tappen: niet één, maar
oneindig veel universa dreigen door het ingrijpen van de boef in het verleden
van een parallelle wereld vernietigd te worden. En in dat perspectief bezien is
het nog best een hele klus voor één man met een zwaard, al dan niet magisch om
dat te voorkomen.