Posts tonen met het label Brian W. Aldiss. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brian W. Aldiss. Alle posts tonen

dinsdag 4 juli 2017

Brian W. Aldiss - Aardewerk (MSF 23)


De korte dystopische roman Aardewerk van Brian Aldiss is een verwarrend boek geworden. De bekende thema’s van Aldiss komen aan bod: de funeste invloed van de mens op de natuur – en daardoor op zijn eigen leefomstandigheden. De wereld is veranderd in een grote, door ziekten geplaagde vuilnisbelt. De wereldbevolking is gegroeid naar 24 miljard. In volgepakte steden leven de uitgehongerden in honger en armoede. Wie iets fout doet, welke kleinigheid dan ook, wordt naar de werkkampen van de Boer gestuurd om landbouwer te worden in iets dat doet denken aan de concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog. Uiteraard zijn er ook rebellen. In dit werk heten ze de Reizigers. De westerse wereld is volledig op de knieën en het is Afrika dat nu de dienst uitmaakt.

De hoofdpersoon, Knowle Noland, voormalig Landbouwer, voormalig Reiziger, is nu kapitein van een reusachtig containerschip met een bemanning van vier. Ze brengen soms jaren op de boot door zonder enig contact met andere mensen – alle havens zijn gerobotiseerd . Noland komt in het bezit van vreemde liefdesbrieven tussen een zekere Justine en Peter. Na een fatale menselijke fout strandt en ontploft het schip bij de zuidwestkust van Afrika. Daar raakt hij door het bezit van de brieven tegen zijn wil verwikkeld in de intriges van de Afrikaanse politiek. De man die hij kende als de Boer, blijkt Peter Mercator te heten en is er, samen met zijn vriendin Justine, op uit om middels een moordaanslag op een vooraanstaande Afrikaanse politicus een louterende wereldoorlog te veroorzaken die de slaven zal uitroeien en de Reizigers de kans zal geven om een nieuwe wereld op te bouwen. Na zich lang verzet te hebben, legt Noland zich uiteindelijk neer bij zijn onvermijdelijke rol en het boek eindigt wanneer hij door het vizier van een geweer de president van Afrika zoekt.

Brian W. Aldiss
Noland wordt het gehele boek door geteisterd door hallucinaties die het lezen van deze korte roman tot een verwarrende ervaring maakt. Wel is meestal duidelijk wat werkelijkheid is en wat waanbeeld, maar mij werd niet altijd even helder wat de functionaliteit van die levendige fantasieën nu eigenlijk was. Ik ben trouwens van mening dat droomscènes in de literatuur strikt verboden moeten worden. Er is meer vreemds in het boek aan te treffen. Naast de hallucinaties wordt hij in zijn lucide toestand soms geteisterd door iets dat hij de Gestalte noemt: een spookachtige figuur die hem lijkt te volgen. Volgens Justine verschijnt de Gestalte wanneer Noland dichtbij de dood is.

Hier en daar deed het werk me denken aan dat van J.G. Ballard, misschien ook door de literaire manier van schrijven, die door de vertaling van Dolf Verroen (een echte, literaire schrijver) in aanmerkelijk beter Nederlands gevat is dan de meeste deeltjes uit deze reeks. Alleen wemelt het in zijn vertaling van de overbodige komma’s.

Al met al is het een duister boek gebleven, waarvan ik me afvraag of ik het wel begrepen heb. Vrolijke, gezellige Amsterdam-Westessef was het in ieder geval niet!

woensdag 3 mei 2017

Brian W. Aldiss - Sterrenhoop (MSF 11)

Er bestaat zoiets als een Britse sciencefictiontraditie. Goed beschouwd zijn er drie hoofdstromingen: de literaire, zoals begonnen door Wells, Huxley en Orwell, voortgezet door Ballard en Wyndham; de absurdistische, met schrijvers als Pratchett, Adams en Robert Rankin; en de caleidoscopische space-opera, met Arthur C. Clarke, Brian W. Aldiss als klassieke vertegenwoordigers en recenter Iain M. Banks en Alastair Reynolds. Vaak wordt er in deze laatste categorie gebruik gemaakt van een consequent volgehouden future history en heel vaak is het menselijke ras doorgeëvolueerd totdat het bijna onherkenbaar veranderd is. Sterrenhoop (Starswarm, 1964), de eerste verhalenbundel in de Meulenhoff-reeks, is een goed voorbeeld van deze laatste stroming.
Het boek is een verzameling van acht eerder in tijdschriften verschenen verhalen, sommige kort, andere juist van novelle-lengte, tot een raamvertelling bij elkaar geschreven via tussenteksten. Naar mijn idee werkt dat niet zo goed, omdat de verhalen maar een heel tentatief verband met elkaar hebben en het sterrenhoop-concept er een beetje met de haren lijkt bijgesleept te zijn.

Brian W. Aldiss
Niet alle verhalen zijn even sterk. Aldiss is op zijn best als hij zich bezighoudt met de klassieke biologische sciencefictionthema’s: evolutie, buitenaards leven, mutaties. Veel van zijn natuurwetenschappelijke uitgangspunten zijn ondertussen door de wetenschap achterhaald, zoals een zon van antimaterie die dan ook zwart, absorberend licht uitstraalt. 
Boven de rest uit steekt wat mij betreft Het spel van een god, waarin een oude reiziger vastzit op een planeet bewoond door reptielachtige pygmeeën die hem om de een of andere reden vereren. Iedere dag komen ze hem als offer een kom met rauwe ingewanden brengen van een van hun twee soorten huisdieren. Een onderzoeksexpeditie ontdekt de ware status van de huisdieren: ze zijn de restanten van een gedegenereerd ras, de vroegere heersers van de planeet. Een thema waar de Amerikaan Larry Niven zich ook (en eerlijk gezegd beter!) mee heeft bezig gehouden. Biologische sciencefiction in zijn klassieke vorm.
Het verhaal Legenden van Smids Dreun doet in eerste instantie een beetje denken aan de Tschai-cyclus van Jack Vance, maar is uiteindelijk toch wel van een heel ander niveau. Net als bij Vance hebben we hier te maken met een held die op een vreemde planeet zit en er weg moet zien te komen, maar het verhaal is niet altijd geloofwaardig en is teveel tongue-in-cheek om serieus te kunnen worden genomen.
Andere verhalen zijn onder meer De misdeelden, een Frederic Brown-achtige shocker (die trouwens niet overdreven verrassend is) en Een kunstig ambacht, dat welhaast naadloos in Iain M. Banks’ toekomstwereld van de Culture zou kunnen passen.
Dan zijn er nog wat ambitieuze verhalen die door de kenners enorm geprezen worden, maar die mij niet zoveel zeiden. Verouderd? Te vaag? Een beetje ouderwets in hun psychedelica? Ik kan er niet precies de vinger op leggen.

Wat vind ik uiteindelijk van deze bundel? Niet zo gek veel. De meeste verhalen happen makkelijk weg, maar nergens zijn de sciencefictionelementen echt beklemmend. De clou van Het spel van een god ligt al vrij snel voor de hand en datzelfde geldt, zoals gezegd, ook voor een aantal andere verhalen. Tussen 1964 en nu hebben de plotters in het vak wel wat aan raffinement gewonnen.