Posts tonen met het label Philip K. Dick. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Philip K. Dick. Alle posts tonen

vrijdag 9 april 2021

Philip Dick – De spelers van Titan (MSF 71)

Hoewel ik nog steeds niet in de forensentrein aan te treffen ben, neem ik zo nu en dan toch maar weer eens een deeltje van de Meulenhoff SF-reeks ter hand. Men moet wat in lockdown.
 
De aandachtige lezer van dit blog zal weten dat ik geen fan ben van Philip Dick. Er is iets aan zijn fantasie dat ik grauw vind, plat en triviaal. Wonderlijk, omdat hij juist heel populair is als een visionaire schrijver, die grenzen tussen genres weet te slechten en met een voldragen en krachtige literaire stem spreekt. Ook is het zo dat het merendeel van zijn werk geschreven is onder invloed van geestverruimende middelen. Ik lees dat er allemaal dus niet aan af. Dick voelt zich het meest op zijn gemak in dunnige, metalige post-apocalyptische dystopieën. Zijn hoofdpersonen en hun motieven zijn naargeestig of psychotisch. Sommige boeken van hem vind ik naargeestiger dan andere, en het lapidair door ene D. Markus vertaalde De spelers van Titan vind ik het naargeestigste tot nu toe. Een eerder boek van hem heb ik al slechts met hangen en wurgen uit weten te lezen, maar er zijn grenzen. Ik ben in dit boek halverwege gestopt, ik kon er niet meer tegen.

De mensheid is na een kernramp die de vruchtbaarheid heeft beïnvloed teruggebracht naar een handzame paar miljoen. Voortplanting is vrijwel onmogelijk geworden en slechts als men tijdens het blufspel een drie gooit kan men hoop koesteren op een betere toekomst. Pete Garden, de bipolaire hoofdpersoon van dit boek heeft zijn vrouw en het grootste deel van zijn land verloren en wil dat graag terugwinnen. Luckman, de man die hem die grond afhandig gemaakt heeft wordt vermoord en de wereldleiding, bestaande uit vugs, de op silicium gestoelde levensvorm van Saturnus’ grootste maan Titan, begint zich met het geval te bemoeien. Zij hebben de macht over de resterende mensheid overgenomen, geven leiding aan het blufspel en gebruiken telepathie en hallucinaties om hun macht te handhaven.

Tot hier heb ik het boek doorgeworsteld. Ik weet dat verderop in het boek de gokgroep van Pete Garden, als verdachten van de moord, naar Titan getransporteerd zal worden om daar een ultiem spel te spelen en waar een heleboel kwalijks omtrent de vugs ontdekt wordt.

Men prijst nogal eens de plot van deze korte roman. Omdat ik hem niet tot het einde heb uitgelezen, kan ik niet echt oordelen, maar wat ik in de eerste helft aangetroffen heb als plot-ondersteunend materiaal, gaf me geen goed gevoel. De karakters van de personages zijn uitgesproken zwak. Ondanks alle toestanden die er in hun hoofden omgaan, blijven ze opmerkelijk eendimensionaal. Geen van de personen springt er gunstig uit en ik kon me met niemand identificeren. Hun lot liet me dan ook volledig koud.

dinsdag 13 maart 2018

Philip K. Dick - Uur der waarheid (MSF 49)


5 maart 2018
In een project als dit is het onvermijdelijk dat je eens aanloopt tegen een boek dat je echt, werkelijk niet wil lezen, niet kúnt lezen, hoezeer je ook je best doet. Een paar keer was het een nipte ontsnapping, maar nu is het raak. En ik had het eerlijk gezegd al een beetje aan zien komen: ik heb nooit iets gehad met de grootvader van de cyberpunk, Philip K. Dick. Ik weet dat men hem heel hoog heeft, ik weet dat er hele lijst van filmbewerkingen van zijn romans en verhalen bestaat, ik weet dat het aan mij ligt, maar daar heeft u het: ik val in slaap zodra ik een boek van Philip Dick opensla. Ik heb het de afgelopen decennia een paar keer geprobeerd, niets hielp.
In plaats van een recensie, wordt dit derhalve een verslag van een poging om een boek van hem te lezen. Terwijl ik dit schrijf ben ik op een kwart aanbeland van Uur der waarheid, in 1964 verschenen als The penultimate truth, en vertaald door Frits Lancel. Ik heb al geen idee meer wie in het verhaal wie is, en waar de plot over gaat. Ik blijf doorlezen, maar slechts in korte stukjes. De schrijfstijl bevalt me niet: opgewonden-broeierig en dol op literair ogende woorden…
6 maart 2018
Ik heb blijkbaar een fout met mijn virtuele boekenlegger gemaakt, want vanochtend in de trein blijk ik ongemerkt de twee laatste hoofdstukken te hebben herlezen. Dat ontdekte ik toen ik ineens een bekende zin aantrof. Ik kan niet beweren dat hetgeen ik verder las me erg bekend voorkwam! Het draait allemaal om een (afgenomen) wereldbevolking die in onderaardse kelders gehouden wordt met als smoes dat er op het oppervlak een atoomoorlog woedt, uitgevoerd door robots genaamd loodmannetjes. In werkelijkheid is die oorlog allang voorbij en heeft de elite van zogenaamde Yance-mensen een wereldgroot park aangelegd dat via propaganda en nepnieuws geheim moet worden gehouden, om zo alle rijkdom zelf te kunnen behouden. De ondergrondse bewoners hebben als enige taak om meer loodmannetjes te fabriceren. Een paar hooggestelden, waaronder Joseph Adams (blijkbaar een van de hoofdpersonen van het boek), zijn wel op de hoogte en hun geweten speelt op. Maar hij heeft ondertussen de opdracht gekregen om buitenaardse artefacten te planten op het land van collega Yance-man Louis Runcible om die in discrediet te brengen.
Wat zegt u? Nee, ik ook niet, maar hoe dan ook: zover zijn we, op pagina 90. Wel heb ik begrepen dat Dick dit boek geschreven heeft in een permanente toestand van high.
Philip K. Dick in 1963
7 maart 2018
Ruim over een derde. Talbot Yancy is een niet bestaande persoon, een Computer Generated Image (CGI), geprogrammeerd vanuit het agentschap. Het blijkt nu dat de toestand van nepnieuws en geschiedvervalsing in het leven geroepen is door een briljante Nazi-documentairemaker, die twee versies van de wereldgeschiedenis gemaakt heeft, één voor het Westen, één voor het Oosten, waarin Nazi-Duitsland telkens de goede partners in de strijd tegen de anderen gebleven is. Ik weet niet waar dit heen zal gaan…
8 maart 2018
Nicholas St. James, de president van één van de ondergrondse leeftanks, wordt gedwongen naar het oppervlak te klimmen en daar ontdekt hij al gauw dat de oorlog reeds lang niet meer woedt. Door zijn kennis van de ware situatie, moet St. James natuurlijk geëlimineerd worden.  De loodmannetjes die hem trachten om te brengen, worden echter vernietigd door Talbot Yancy, de echte blijkbaar.
Nee, het spijt me: ik ook niet, heus! 
9 maart 2018
Ik had me vergist. Talbot Yancy is geen CGI, maar een simulacrum, een mechanische pop. Dat maakt het boek ineens meer steampunk dan cyberpunk, als dat de lezer iets zegt. 
10 maart 2018
Ik ga, denk ik, stoppen met dit boek. Ik ben net over de helft, maar het zal nooit goedkomen tussen ons.
19 maart 2018
Het is toch mijn eer te na: ik laat me niet kennen! Moeizaam en met een paar uitstapjes naar andere lectuur heb ik het boek toch uitgelezen. De dictator van de wereld is vermoord door een Cherokee-indiaan van zes eeuwen geleden die een tijdmachine bemachtigd had, en op wiens uiterlijk Talbot Yancy gebaseerd is. Adams en St. James vluchten naar de ondergrondse gemeenschap waar de laatste vandaan gekomen is. Runcible is ineens buiten beeld verdwenen. De nieuwe wereldleider, de indiaan uit de vijftiende eeuw, verkondigt aan heel de wereld dat de oorlog voorbij is en dat op termijn de bevolking weer naar het aardoppervlak terug zal kunnen keren. Einde.
De slotconclusie van het boek moge ondanks alle broeierige en als dikke stroop geformuleerde onduidelijkheden glashelder zijn: de regering, welke regering dan ook, is altijd één groot complot tegen het volk.