Posts tonen met het label Robert A. Heinlein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Robert A. Heinlein. Alle posts tonen

maandag 27 januari 2020

Supernova! (MSF 68)


Dit deel is een omnibus. De drie romans zijn eerder in de reeks verschenen als delen en ik heb ze dus al eerder besproken.
Zie aldaar.

dinsdag 15 januari 2019

Robert Heinlein - Zwerftocht tussen de sterren (MSF 59)


Het in 1957 bij Scribner uitgegeven en in 1973 in het Nederlands met de nogal lamlendige titel Zwerftocht tussen de sterren bij Meulenhoff verschenen Citizen of the Galaxy is een beetje vreemd boek geworden. Daar zullen we later op ingaan. De vertaling door Mieke Groot, deze keer weer eens onder de naam Walter B. Relsky, begint best redelijk, maar wordt allengs minder. De roman wordt beschouwd als een der jeugdwerken van Heinlein, hoewel een voldragen klassieker als Stranger in a Strange Land al vier jaar later verscheen. Toch is er wel iets voor die betiteling te zeggen.

Het verhaal leest een beetje als een voorloper van The Empire Strikes Back, het eerste Star Wars deel: een mengeling van Dickens en sciencefiction. Thorby is een slavenjongen die in Jubbulpore, de hoofdstad van de planeet Jubbul, voor een paar stuivers door de oude, manke bedelaar Baslim wordt gekocht en opgevoed. De bedelaar blijkt een belangrijk man te zijn geweest en Thorby krijgt van hem opdracht om na Baslims dood de planeet te ontvluchten. Hij monstert aan bij het sterrenschip Sisu, waar hij in de familie wordt opgenomen. Hij maakt zich nuttig als boordschutter, maar moet verder, wordt overgedragen aan een kruiser van de Terraanse Hegemonie en belandt daardoor uiteindelijk op de Aarde, waar hij ontdekt Thor Bradley Rudbek te zijn, als kind ontvoerd door slavenhalers die meteen zijn ouders ombrachten. Na juridische gevechten om de beschikking over zijn geld en macht besluit hij een einde te gaan maken aan de slavenhandel die, zo ontdekt hij, voor een flink deel gefinancierd werd door zijn eigen Rudbek maatschappij.   

De eerste tachtig van de bijna driehonderd pagina’s leest als een traditioneel tovenaars en bedelaarsboek à la Jack Vance, maar dan zonder diens kleurrijke raffinement. Het was haast alsof ik een roman voor Young Adults zat te lezen! Pas daarna, als onze protagonist eenmaal van de planeet af is en in een (Finstalige) ruimtegemeenschap opgenomen is, begint de stijl van Heinlein nu en dan op de voorgrond te treden, hoewel Vance nooit helemaal verdwijnen zal.
Het verhaal is strikt lineair en tamelijk mat: de spanningsboog is permanent een beetje slap gespannen. Er zijn geen grote conflicten, er zijn geen grote gevaren, en hoewel er nogal wat sterke vrouwen in het verhaal voorkomen, is er geen spoortje van love-interest (Thorby is volslagen geslachtloos). De plotontwikkeling is voorspelbaar en braaf.

Robert A. Heinlein
Toch is er iets heel vreemds aan de hand met deze roman. Het laatste deel, de beschrijving van Thorby’s juridische strijd, is zodanig snel en afgeraffeld beschreven dat het meer aan een synopsis van een roman doet denken dan aan een echte roman. Die laatste dertig pagina’s zouden er minstens honderddertig hebben moeten zijn om iets van dat afgeraffelde gevoel kwijt te raken. Tegelijkertijd is het goed te verdedigen dat een knus, buikig verhaal als het onderhavige niet gebaat is met nog eens zoveel pagina’s. Een soort dilemma dus.

Hoe dan ook is het einde, zoals het nu gepubliceerd is, ongehoord onbevredigend. Veel critici op GoodRead vertellen dan ook hoe ze van een aanvankelijke drie sterren (op een schaal van vijf) uiteindelijk zakten naar toch maar slechts twee. Ik ben het daar volledig mee eens. Wat is dat voor vreemd aankoopbeleid geweest van Meulenhoff? Twee toppers (Pad van roem en De maan in opstand) tegenover twee derderangs boekjes (Verdwaald tussen sterren en nu dan dus Zwerftocht tussen de sterren). Had het strikt met beschikbaarheid te maken? Feit is dat Bruna zich in die periode met de betere werken van Heinlein uit de voeten wist te maken.

woensdag 28 februari 2018

Robert A. Heinlein – De maan in opstand (MSF 47)

The moon is a harsh mistress, een prachtige klassieke “American novel”-titel, slapjes door Walter B. Relsky (Mieke Groot) vertaald als De maan in opstand. is een van die boeken die mijn hele leven bij me gebleven zijn. Het was één van de eerste sciencefictionboeken die ik mijn zoon liet lezen (‘Geniaal!’). Het is een boek van Heinlein, dus controversieel, en omdat het Heinlein betreft, is ieder nieuw boek controversieel om een andere reden!

Na het new-age epos Stranger in a Strange Land, is De Maan in opstand is voornamelijk een politiek boek geworden, waarin we ruim vierhonderd bladzijden lang blootgesteld worden aan Heinleins verleidelijke libertarische levensfilosofie. Juist de laatste decennia winnen soortgelijke denkbeelden in de Verenigde Staten voortdurend aan populariteit. En net als tegenwoordig ontaardt (mijn term: Heinlein zou het niet als ontaarding opvatten!) in dit boek uit 1966 die libertaire politieke houding in een soort populisme.

Maar laten we eerst het verhaal even doornemen, dat is simpel genoeg. Het is 2076. De maan is in zijn geheel een wingewest van de Verenigde Naties. Als er niet snel iets gebeurt, zal deze graan verbouwende kolonie in een paar jaar geheel leeggezogen zijn, met hongersnood als gevolg.
De centrale computer van de autoriteiten ontwikkelt menselijk verstand en besluit mee te gaan werken met zijn programmeur, Manuel Garcia O'Kelly-Davis en diens mentor Professor Bernard De La Paz in hun streven naar revolutie. De maan lijkt kansloos, ware er niet één omstandigheid die de kansen doet keren: door de zwaartekracht is het alsof de aarde zich in een diepe kuil bevindt ten opzichte van de maan. De maan kan stenen gooien: grote rotsblokken die met de kracht van atoombommen neerkomen op strategische plekken op aarde. De steun van supercomputer Mycroft geeft uiteindelijk de doorslag en de strijd wordt gewonnen. Maar Professor Bernard De La Paz’ politieke ideeën overleven niet, daarvoor is de mensheid toch te behoudend.

Robert A. Heinlein
Het rationeel anarchisme dat Prof. De la Paz, en via hem dus Heinlein zelf propageert, doet heel sterk denken aan de uitgesproken ideeën van Ayn Rand en dat klopt ook wel. Als libertarisch denker is Heinlein en met hem velen door de stuurse Russisch-Amerikaanse schrijfster beïnvloed. Een individu is zijn enige autoriteit: begrippen als staat of samenleving of solidariteit zijn zinledige begrippen. Wie, uitgaande van zichzelf, iets bereikt, heeft dat verdiend. Wie niet krachtig genoeg is, te dom of te onaangepast, gaat eraan onderdoor en dat is goed, want zo zuivert de maatschappij zich vanzelf van allerlei ongewenste elementen. Wie zich niet aan kan passen aan de mores van de maan, wordt gedood - door eigen slordigheid, door boycot, door executie. De randiaanse levensfilosofie is geen behaaglijke. Er is niet zoiets als een gratis lunch, in het Engels Tanstaafl (There Ain’t No Such Thing As A Free Lunch), een mantra dat voortdurend terugkeert in het boek (en het acroniem wordt helaas niet echt uitgelegd door de vertaalster). Zo wordt het een waar kernwoord. In tegenstelling tot het werk van Ayn Rand is dit boek wel te pruimen, omdat Heinlein niet alleen zeer intelligent is, maar ook principeloos genoeg om zijn levensfilosofie niet die zwaarte te hoeven geven die de geschriften van de grootmoeder van het keiharde neo-liberalisme zo kenmerkte. Er valt hier meer over te vertellen, maar dat zou buiten het bestek van dit blog vallen.

Wel nog dit: van sommige sciencefiction kun je je tijdens het lezen afvragen: zou dit ooit werkelijkheid worden? Bij andere weet je dat het zo in ieder geval nooit zo zal werken als voorgesteld. De maan in opstand is een voorbeeld van de tweede soort. Vrijwel de gehele plot draait om communicatie, en juist in dat opzicht is de mensheid nu al, anno 2018, onvergelijkbaar veel verder dan Heinlein in 1966 ooit had kunnen bevroeden. Zijn telefoons zitten nog door middel van kabels vast aan het net. Om een computeruitdraai te printen, moet Manuel fysiek aanwezig zijn bij de computer. Door de omstandigheden gedwongen begint de computer om PR-redenen een fictieve persoon vorm te geven met behulp van iets wonderbaarlijk nieuws - iets dat wij ondertussen al lang door en door kennen: CGI, Computer-generated imagery.

Een verplicht boek voor wie in de geschiedenis van sciencefiction geïnteresseerd is. De lezer moet zich wel in een parallelle toekomst kunnen verplaatsen!

dinsdag 31 oktober 2017

Robert A. Heinlein – Het pad van roem (MSF 35)

Robert Anson Heinlein was een controversiële schrijver. Hij was uitbundig rechts en libertarisch in een fundamenteel linkse subcultuur: die van de hippies en de sciencefiction. Veel van zijn boeken waren het middelpunt van debat en dat was dan ook de reden, zo verklaarde de redactie van de Meulenhoffreeks, dat het zo lang geduurd had voordat er, na Meulenhoff deeltje 1, een volgend werk van hem in het fonds opgenomen werd.

Met Het pad van roem uit 1964 kon men evenwel zich geen buil vallen: het is een vrolijke avonturen-fantasy geworden, geschreven in een laconieke hard-boiled stijl waar Mickey Spillane nooit ver weg is. Terloops worden nog wel een paar politiek incorrecte meningen gespuid, maar de schrijver heeft zich bepaald ingehouden, zoveel is wel duidelijk. Het boek is redelijk vertaald door Frits Lancel: niet goed, niet slecht.

Terwijl E. C. "Scar" Gordon , zojuist ontslagen uit een oorlog in Zuidoost-Azië, in de zon van het naturisteneiland Île de Levant aan de Franse Riviera lekker ontspannen zijn verdere toekomst ligt te plannen, wordt hij als held ingehuurd door een beeldschone vrouw genaamd Ster, die met haar kale valet Rufo op een queeste is.

Er dreigen draken en gevaren, mathematische wezens en zwaardvechters in een hallucinerende wereld. Met als ultieme prijs: rijkdom en glorie! Alles draait om een voorwerp dat van een verre plaats teruggehaald moet worden: het Ei van de Phoenix. Later blijkt dat ei een immens archief te zijn dat Ster nodig heeft om haar functie als Keizerin van 20 Universa uit te kunnen oefenen. Er wordt gevochten met een onmogelijke wiskundige entiteit, met minotaurussen, draken en ten slotte met een onmenselijk sterke zwaardvechter die het ei bewaakt.

Robert A. Heinlein
Het is qua opbouw een beetje vreemd boek geworden. Net als het laatste deel van Lord of the Rings bevat het na de climax, ongeveer op tweederde, een zeer uitgebreide coda, waarin verteld wordt hoe onze held vervolgens niet om weet te gaan met zijn nieuwe status als keizerlijke gigolo en uiteindelijk samen met Rufo uit verveling een heldenbureau begint. Deze coda wordt door Heinlein voornamelijk gebruikt om toch nog een hele hoop sociale en psychologische ideeën te spuien. Het bloed kruipt. We accepteren veel van hem, omdat hij wel een heel goede schrijver was. Zonder twijfel zijn er mensen die zich wild zullen ergeren aan het blatante en ogenschijnlijk oppervlakkige seksisme in het boek, maar ik vermoed dat zelfs toen hij dit boek schreef Heinlein zijn tong al ferm in zijn wang gedrukt had. Alles aan dit boek is uiteindelijk een parodie, niets is serieus, alles ironie: hij neemt zijn tijd en land in de maling.

Het enige onderwerp waar hij misschien serieus over is, lijkt me de problematiek van de menselijke relatie te zijn. Ster is niet wie ze is, Rufo ook niet, en Omar (zoals Gordon herdoopt is) kan niet anders als reageren volgens zijn, goedburgerlijke, door-en-door Amerikaanse moraal. Dat levert hilarische momenten op die bij nader inzien toch wel iets onthullen over Heinleins vrijgevochten kijk op de maatschappij.

Een van de toptitels in het fonds tot nu toe.

maandag 27 februari 2017

Robert Heinlein - Verdwaald tussen sterren (MSF 1)

De M=SF reeks ging van acquit met het dunne boekje Verdwaald tussen sterren, van één van de grand old men van de Amerikaanse sciencefiction: Robert Anson Heinlein. Het was helaas bepaald geen sterk begin, daarvoor is het een te vreemd boekje geworden: samengesteld uit twee eerder in een tijdschrift verschenen novellen werd het in 1941 uitgegeven als een van de allereerste boeken met als thema de versteende maatschappij in een sterrenschip waarvan de bemanning het doel van de reis uit het oog verloren heeft. 

De wereld (in werkelijkheid dus het ruimteschip) heeft in het verleden een rommelige revolutie gekend. Er zijn stralingsslachtoffers gevallen (“muties”) die in onmin met de rest van de bemanning verkeren en wonen in getto’s dicht bij het gedeelte van het roterende schip waar de kunstmatige zwaartekracht vrijwel nul is. De theologie van het schip heeft bij de reguliere bemanning de overtuiging ingebakken dat het schip alles is, de hele schepping, en dat een notie als “buiten het schip” een letterlijke onmogelijkheid is: er is niets buiten de wereld, de wereld is alles.

Natuurlijk is er een bemanningslid dat de waarheid ontdekt, en samen met de muties probeert hij de rest van de bemanning ervan te overtuigen dat ze zich weer met het einddoel moeten gaan bezig houden: landen op een planeet en die koloniseren. Na verraad en gevechten ontsnapt een kleine groep in één van de ontsnappingsboten en landt daadwerkelijk, het schip definitief achterlatend. Dit alles is ruim voldoende plotmateriaal voor een stevige roman van 800 pagina’s, een omvang waar de latere Heinlein zijn hand niet voor omdraaide, maar het blijkt bepaald te veel voor een boekje van 140 pagina’s.

Robert Heinlein
Zowel de karakters van de hoofdrolspelers, als hun handelingen, alsook de verdere plotuitwerking blijven uitermate vlak en schetsmatig. Het boekje is in feite zo laconiek (en ook nog eens een beetje bloedarmoedig vertaald door Jasper Koudewater), dat je niet anders kunt dan concluderen dat we hier te maken moeten hebben met een voorstudie voor een echt boek.

De interactie tussen muiters en bemanning, het proces waarmee een aantal voorheen sceptische tegenstanders van de nieuwe waarheden overtuigd worden, het kinderlijk vertrouwen in de medemens van de muiters, dat uiteraard later ook beschaamd wordt, het komt allemaal vreselijk oppervlakkig en naïef over. Alle problemen betreffende het leren bedienen van het buitengewoon ingewikkelde schip, het berekenen van de “nu-of-nooit”-koers van het onstnappingsschip en dergelijke, worden met grote, impressionistische stappen beschreven, zonder al teveel zorgen of het allemaal wel kan. Achteloos leert de hoofdpersoon de bedieningspanelen te begrijpen. In tegenstelling tot latere, volwassener sciencefiction, is in dit protoromannetje aan de geloofwaardigheid niet de minste aandacht besteed.

Alles bij elkaar een zeer matig eerste deeltje van de serie dus. Ik kan me herinneren hoe dit boekje vroeger, toen ik het op vijftien- of zestienjarige leeftijd voor het eerst las, al heel weinig indruk op me maakte. Toentertijd kon me dat nog niet zoveel schelen. Het las lekker weg en je had het in twee uur uit. Maar het liet wel een leeg gevoel achter. Nu til ik aan dat alles veel zwaarder en ik moet het boekje nu dus afwijzen.