Posts tonen met het label Thomas M. Disch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas M. Disch. Alle posts tonen

woensdag 7 november 2018

Thomas M. Disch - Het schimmenrijk (MSF 54)




In de Meulenhoff-reeks zijn  al twee eerdere titels van Thomas Michael Disch (1940-2008) verschenen: De uitroeiers en Kamp concentratie. Zijn boeken  hebben altijd iets bijzonders, iets literairs. Dit door S. Buddingh aardig (of begin ik milder te worden? Te mild?) vertaalde dunne romannetje vormt daarop geen uitzondering. Thomas Disch heeft veel gelezen en vindt het niet erg dat zijn lezers dat weten. Er zijn er die daar niet goed tegen kunnen, maar ik vind dat eigenlijk wel een sympathiek trekje: het impliceert immers dat de auteur zijn lezers voor vol aanziet. Echo round his bones (1967) is een boekje van zijn tijd. Pluizige wetenschap, vage new-agetrekjes, en vooral die onvoldragen psychologie waaraan je kunt afzien dat het genre de pulpblaadjes nog niet volledig ontstegen was. Dat klopt ook: Het schimmenrijk is oorspronkelijk als feuilleton verschenen in New Worlds magazine.

Kapitein Nathan Hansard is een officier in het leger van een toekomstige Verenigde Staten. Er is een teleportatiemachine ontwikkeld waarmee hij en zijn manschappen naar een basis op Mars getransporteerd worden. Het blijkt echter dat deze manier van teleporteren één groot nadeel heeft: de getransporteerde materie, levend of levenloos, laat op de plaats van vertrek een echo achter, bestaande uit hetzelfde wezen of voorwerp, maar dan één stadium minder “reëel” (of “dicht”, hoe moet ik het uitdrukken?) dan het origineel. De problemen van de schaduwmensen die op deze manier ontstaan, worden goed uitgewerkt: voor hen wordt materie vloeistof, vloeistof gas en gas ether. Ze moeten via de transportmachine voedsel en lucht naar hun toestand transporteren, anders verhongeren ze of ze stikken. Hansard wordt dan ook opgewacht door een troep soldatenschaduwen die overgegaan zijn op kannibalisme.

Thomas M. Disch
Na verloop van tijd leert hij een aantal schaduwen van de uitvinder van de teleportatiemachine, Bernard Panofsky, en zijn vrouw Bridgit kennen. Uiteindelijk trouwt Hansard met één van de versies van Bridgit. Maar voor het zover is, moet de wereld gered worden van een schijnbaar onafwendbare atoomoorlog, die vanaf Mars gevoerd gaat worden. Omdat communicatie met de echte wereld onmogelijk is, moet er een list verzonnen worden en hier is het dat het verhaal zwakker en zwakker wordt. Uiteindelijk is de auteur er ook niet uitgekomen en heeft hij besloten de communicatie tussen reëel mens en zijn schaduw via versmelting tijden de slaap alsnog plaats te laten vinden. Voor een schaduwmens is een reëel mens ten slotte vloeibaar en kan hij zich er fysiek volledig in onderdompelen.

Bezeten door de schaduw-Hansard gaat de echte Hansard op stap om op drie cruciale punten op de aarde een teleportatiemachine te plaatsen met een door Panofsky van te voren geprogrammeerde instructie. Na activering blijkt de Aarde naar exact de andere kant van de zon geteleporteerd te zijn. Dat de maan achterblijft is even jammer, maar dat zal later gecorrigeerd worden. Hoe deze actie trouwens de oorlog precies heeft afgewend, is me niet helemaal duidelijk geworden, of het moet zijn dat Mars nu geen gunstige positie meer heeft ten opzichte van de Aarde. Maar dat is dan toch slechts tijdelijk, want over een jaar is de onderlinge positie weer als voorheen, denk ik dan…

Dat Panofsky belijdend katholiek is, wordt door Disch belangrijk genoeg geacht om er zeer uitgebreid over uit te wijden. De schimmenmensen hebben als theorie dat zij geen ziel hebben, en dus mogen doen wat ze willen. Tegelijk wordt, tijdens het beschrijven van de samensmelting van de schaduw-Hansard met zijn reële tegenstuk juist gesuggereerd dat de schaduwvorm precies de ziel is van de mens. Ik weet niet in hoeverre Disch zelf appeltjes te schillen heeft met het Katholicisme. Ik voel ook niet helemaal na wat deze bespiegelingen aan het verhaal toevoegen. Theologische sciencefiction is altijd een beetje lastig geweest voor mij.

Wat verder nog opvalt: in het boek treedt Disch op als alwetende verteller, die bovendien spreekstalmeester is. Een typerende zin uit het laatste hoofdstuk: “En nu zijn wij aan het einde van ons verhaal gekomen - of heel dicht bij het eind. Onze held zal voor zijn moeite beloond worden, de wereld is voor vernietiging behoed, zelfs de maan is weer teruggehaald en Panofsky is vrij, voor het eerst van zijn leven.” Ook hiervan kan ik zeggen: er zijn er die daar niet goed tegen kunnen, maar ik vind dat eigenlijk wel een sympathiek trekje.

Recapitulerend: Disch had een aardig idee, hij beschikte over goede plotelementen, maar over het algemeen is het toch een nogal haastig en oppervlakkig werkstuk geworden, dat met een wat solider (ik bedoel waarschijnlijk eigenlijk: beter) schrijver een heel wat overtuigender roman had kunnen worden.

zondag 12 november 2017

Thomas M. Disch - Kamp Concentratie (MSF 36)

Na de vrolijke en niet al te diepgravende avonturenverhalen van deeltjes 34 en 35, tapt de redactie van de Meulenhoff SF-reeks met Kamp Concentratie van de erkende somberaar Thomas Disch uit een heel ander vaatje. Hier hebben we een loodzwaar, somber, surrealistisch en uitermate literair werk - je vraagt je af of dit eigenlijk nog wel sciencefiction mag heten. Het is meer verwant aan het surrealistische werk van bijvoorbeeld Stefan Themerson, of, vooruit, aan Het Evangelie van O. Dapper Dapper van W. F. Hermans.

Bij dit nadrukkelijk talige boek betreur ik het dat ik het niet in het Engels heb gelezen. Ik vermoed dat er heel wat mooie taalspelletjes verloren zijn gegaan in de ietwat onbeholpen vertaling die doet vermoeden dat de oorspronkelijke Engelse tekst voor vertaler Fred Schmidt een klein beetje te moeilijk was. Het is dan ook wat hem betreft bij dit ene boek gebleven. Het Engels van het origineel is een stuk helderder en eleganter dan zijn Nederlands, dat loopt te ploegen als door vette klei. Wel verkrijgt de tekst daardoor een soort gravitas, maar dat is niet helemaal zoals het oorspronkelijk bedoeld lijkt.

Het verhaal: dichter en gewetensbezwaarde Louis Sacchetti wordt overgeplaatst naar een plaats die Kamp Archimedes genoemd wordt. Daar worden de gevangenen geïnjecteerd met een aan syfilis verwante bacterie die de besmette proefpersonen in korte tijd zeer veel intelligenter maakt. Nadeel is wel dat de dodelijke syfilisverschijnselen versneld plaats vinden en de proefpersonen binnen negen maanden sterven.

Het boek wordt gepresenteerd als Sachetti’s dagboek en het doet aanvankelijk denken aan Flowers for Algernon, ook een dagboek van een ik-persoon wiens proces van nieuwverworven intelligentie nauwgezet gevolgd wordt. Rond het midden ontaardt het werk echter in een explosie van associaties, allusies en citaten – het wordt een waar stuk undergroundliteratuur. Tegen het eind volgt de berusting maar daarna juist opeens een jubelende extase, omdat medegevangene Mordechai Washington met zijn alchemistische kunsten erin geslaagd was om de briljante geesten van de zieke gevangenen in de schedels van hun bewakers te implanteren.

Thomas M. Disch
Het is een zeer intellectueel boek: literatuur, filosofie, alchemie, beeldende kunst, theater, muziek, maar ook de geschiedenis van het nationaalsocialisme komen erudiet en enigszins elitair aan bod. Het is een name-dropping van jewelste. Marlowe’s Faust, maar ook die van Thomas Mann komen ter sprake, Mordechai Washington wordt vergeleken met Mefistofeles. In een absurdistische droom komt Thomas van Aquino langs. We lezen de poëzie van Sacchetti, lichtjes geënt op die van de Beat poets.

Uiteindelijk blijkt de gehele wereldbevolking besmet te zijn met de ziekte en net als bij De uitroeiers een eerder in de reeks van Meulenhoff verschenen roman van Disch, staat de mensheid er aan het eind slecht voor. Reddeloos eigenlijk. Hoe de vreugde van de getransplanteerde gevangenen daarin in te passen valt, wordt niet verder uitgewerkt.

dinsdag 28 maart 2017

Thomas M. Disch – De uitroeiers (MSF 9)

The Genocides uit 1965, in 1967 in een behoorlijke vertaling van S. Grijpsma-de Wit verschenen als De uitroeiers, is een klassieke sciencefictionroman geworden in de traditie van War of the World van H. G. Wells, of The Day of the Triffids van John Wyndham. Het was de debuutroman van Disch. Hij zou later nog meer verwarrende en onbehaaglijke boeken schrijven.

Het verhaal is eenvoudig genoeg: plotseling schieten overal op aarde nieuwe planten omhoog. Ze bereiken hoogtes van honderden meters en verwoesten alles van de mens ooit opgebouwd heeft. Kleine gemeenschappen blijven zich te weer stellen, maar als er ook nog uitroeimachines verschijnen die elk dierlijk leven tot as reduceren, wordt de strijd wel erg ongelijk. Een van die overgebleven en sterk gereduceerde gemeenschappen, rondom de zwaar religieuze Anderson, vlucht uiteindelijk onder de grond, waar ze het een winter uithouden in de holle, en van vruchtvlees voorziene wortels van de Planten (met een hoofdletter, ja).

Ondanks de kritieke situatie op aarde blijven de mensen in de groep van Anderson voornamelijk gedreven worden door de ouderwetse kleinzielige beweegredenen: seks, macht, jaloezie. Er wordt gevochten, gemoord, gelogen. Ondertussen komen ze er niet achter wie de buitenaardse “tuinier” is die dit alles aangericht heeft. Ook aan het eind weet de lezer dat niet. Uiteindelijk blijven er van de gemeenschap van Anderson maar een paar mensen over die de volgende lente het aardoppervlak weer betreden en op weg gaan naar de zee, waar wellicht nog vis te vangen is. Ze zijn, net als de hele mensheid, volstrekt kansloos, wat in een laconiek allerlaatste zinnetje van de roman duidelijk wordt.

Die klap komt eigenlijk niet zo hard aan, want gedurende de roman hebben we tijd genoeg gehad om een intense hekel aan de meeste personen te krijgen. Misschien dat alleen de lieve MaryAnn een traantje waard is.


Thomas M. Disch
Het boek is een vreemd mengsel van godsdienst en geweld. In het tweede deel wordt het een lichtelijk claustrofobisch boek, al valt dat wel mee vergeleken bij bijvoorbeeld het werk van Greg Benford. Vooral is het boek een toppunt van cynisch nihilisme. De redactie van M=SF raadt de lezer aan om na het sluiten van het boek maar eens keihard te lachen. Ik hou niet zo van nihilisme en lach dus niet. Thomas Disch bleef nihilist tot zijn dood: hij pleegde zelfmoord toen het in zijn leven allemaal tegen begon te zitten.