Ergens in de tachtiger jaren wilde Meulenhoff kennelijk van zijn restanten af en
konden we in de kantoorboekhandels (annex tabakswinkels) van Amsterdam-West voor
een klein prijsje verrassingspakketten van de MSF-reeks aanschaffen. Voor een
tientje of zoiets kreeg je dan 6 paperbacks als blok in cellofaan verpakt. Een
kloeke aankoop. Ik heb toen vier of vijf sets aangeschaft. Natuurlijk zaten daar
titels bij die mij niets zeiden. Dit, het 73e deel was er zo een. Een onbekende
schrijver, een foute titel (ik had een hekel aan Fantasy, toen al!) een lelijk
en goedkoop omslagontwerp. Wekt het verbazing dat het dertig jaar later, bij de
laatste verhuizing, eindelijk ongelezen het kringloopcircuit in ging?
Alles aan
de productie van dit boek was een vergissing. De titel op zich al: de
oorspronkelijke titel Transfinite Man werd dus iets vaags en onnozels met zwarte
ridders. Ik was volledig op het verkeerde been gezet, want met fantasy heeft dit
boek helemaal niets te maken. Integendeel: het is een soort dystopische thriller
met hoofdpersoon Ivan Dalroi, die qua karakter ergens tussen Kirth Gersen en
Gilbert Gosseyn gezocht moet worden, maar dan beschreven door een naïeve en
onhandige schrijver. De held van dit boek is nog niet bij benadering zo
interessant en goed beschreven als die van Jack Vance, of zelfs maar die van Van
Vogt.
Een goed boek is deze door Mieke Groot onder het bekende pseudoniem Walter
B. Relsky voor haar doen redelijk vertaalde roman dus bepaald niet. De overvloed aan geweld is
uitermate cartoonachtig en doet me een beetje denken aan de meer primitieve
computerspelletjes die sedert decennia in omloop zijn. Wat mij vooral
onaangenaam en ongeloofwaardig trof in het eerste deel was het eindeloze
gebabbel van Dalroi, die zijn diepste gevoelens en beweegredenen, twijfels en
sarcasmen vrijelijk deelt met al zijn tegenstanders. Dit geeft geen
vertrouwenwekkende indruk. De plot van het boek is bespottelijk. Een vage
organisatie genaamd Ontspoorlijn (in het Engels: Failway), beheerd door nog
vagere zwarte ridders(geloof ik), biedt miljoenen mensen in de zogenaamde
transfiniete ruimte een droomervaring aan, maar is in werkelijkheid het kwaad op
aarde, en Dalroi, die meer dan menselijk is (maar niet weet in welk opzicht) is
erop uit die organisatie te vernietigen. Of dit beeld ergens voor staat (de
televisie, de drugswereld) ik heb geen idee. Alles is zo rommelig en à propos in
elkaar gezet dat er geen touw aan vast te knopen valt.
 |
Colin Kapp
|
Ongeveer op een derde
wordt het boek ineens experimenteel en psychedelisch, en lijkt het nog het meest
op het werk van een middelbare scholier die stuntelig Philip Dick met Hugo Raes
probeert te combineren. Het is allemaal volstrekt niet overtuigend. Op iedere
bladzijde weer moet de Haat van Dalroi benadrukt worden en het feit dat hij
anders is dan anderen. De gehele tweede helft van het boek wordt gevormd door
het psychedelische gevecht tussen Dalroi (die anders is dan anderen, en wiens
Haat al het andere overtreft, ja ja, nu weten we het wel!) en de booswichten van
de Ontspoorlijn. Keer op keer wordt hij geroosterd en gekookt in een
zeven-dimensionale transfiniete ruimte (nee, ik ook niet) totdat uiteindelijk
het systeem vernietigd wordt. Aan het eind blijkt nog dat de vriendin van
Dalroi, zogenaamd ontvoerd, de eigenlijke leider is van de tegenpartij. Ik was
al zover dat ik daar warm noch koud van werd. Als allerlaatste plotwending
blijkt dan ook nog dat al die tijd de ‘good guys’ de slechteriken waren, en de
‘bad guys’ een interstellaire macht die probeert de mensheid voor groter onheil
te behoeden. Dit was met enige voorsprong het slechtste boek uit de reeks tot nu
toe.