maandag 12 februari 2018

Hal Clement – Een zaak van gewicht (MSF 45)

Mission of gravity is redelijk vertaald door Paul Halliwell (op één “ik besef me” na), van wie dit het enige bekende werk is. Ik veronderstel dat we hier waarschijnlijk wel weer te maken hebben met een pseudoniem van één der IWACC-getrouwen: Mieke of Ruurd Groot, bijvoorbeeld.

Hoewel ik het boek in het begin van de zeventiger jaren gelezen heb, kon ik me er maar heel weinig van herinneren. Ik weet nog wel dat ik het heel goed vond, op een vreemde, ingetogen manier. Ook heb ik al die jaren een levendige herinnering aan één specifieke scene in de roman, die blijkbaar een diepe indruk op me gemaakt heeft. En net als bij P. J. Farmers Vreemde verwanten blijkt die scene niet te bestaan!

Een echte mensenschrijver zal Clement nooit worden. Daarvoor is hij teveel een natuurkundige. Hij creëert een wereld die aan alle bekende natuurwetten voldoet, maar die wel die wetten tot hun uiterste consequentie test. In het onderhavige geval betreft het de planeet Mesklin, een superzware planeet met een zeer hoge rotatiesnelheid van slechts tien minuten. Daardoor is zij enorm vervormd geraakt: van pool tot pool heeft zij een doorsnede van 33.000 kilometer, maar op de evenaar een doorsnede van 70.000 kilometer. Het is een discus, met andere woorden. Op de evenaar is de zwaartekracht driemaal de aardse, op de polen het zevenhonderdvoudige van de onze. Een menselijke expeditie neemt een lokale vrije handelsschipper bij de hand om op de zuidpool een gestrande lander te bergen. De lokale protagonist is Barlennan, kapitein van het handelsschip de Bree. Hij is in permanente radioverbinding met de mens Charles Lackland. Na vele avonturen op deze onmogelijke planeet wordt de lander uiteindelijk bereikt, waarbij de autochtone schipper op zijn beurt rijkelijk beloond wordt door middel van menselijke kennis.

Hal Clement
Het spreekt vanzelf dat de plaatselijke bevolking belangrijk afwijkt van de mensen van de expeditie. Het zijn platte, gedrongen veelpotige keverachtigen van veertig centimeter lengte. Al hun kennis, als hun levenservaring is voortgekomen uit die idiote, sterk variërende zwaartekracht en het korte etmaal van slechts tien minuten. En val van tien centimeter zou deze wezens fataal zijn.
Later erkende Clement dat hij zich vergist had, en dat de zwaartekracht op de polen “slechts” 250 g zou zijn, in plaats van 700 g.

De roman werd in eerste instantie als feuilleton uitgegeven in Astounding Science Fiction magazine van april tot juli 1953. Een jaar later verscheen het als hardcover, vier jaar daarna als paperback.

De persoonlijkheden van de bewoners van Mesklin zijn bekritiseerd omdat ze te weinig “vreemd” zouden zijn, teveel zouden gelijken op dat van de mensen. Dat Clement wel trots was op deze planeet, bleek uit het nawoord waarin hij iedereen uitnodigde om zelf verhalen te gaan schrijven die op deze vreemde wereld speelde. Ik weet niet of veel schrijvers aan deze oproep gevolg hebben gegeven.

Uiteindelijk wordt het boek een beetje overheerst door de ietwat steriele schrijf- en denkstijl van de onderwijzer Hal Clement, zij het niet zo erg als in het eerder bij MSF verschenen In twee fasen water.

woensdag 31 januari 2018

Jack Vance - Het Eeuwige Leven (MSF 44)

Het ietwat slordig (consequent “de mensen wiens”, bijvoorbeeld) door Warner Flamen (pseudoniem van Mark Carpentier Alting) vertaalde To Live Forever (1956) verscheen in 1971 als 44e deeltje in de reeks. De vaste lezers en Vancefans zullen er zeker van hebben opgekeken. Waar ze van Jack Vance doorgaans een barok palet gewend zijn, kregen ze in dit vroege werk plotseling een kale, gortdroge dystopische roman voorgeschoteld waar alleen de hoofdpersoon met zijn twijfelachtige moraliteit enigszins aan ander werk van de auteur deed denken, maar dan ook maar ternauwernood.

De dood is overwonnen: mensen kunnen onsterfelijkheid bereiken. Dat gaat natuurlijk niet zomaar: de malthusische realiteit is dat slechts een klein, select groepje daadwerkelijk die staat van eeuwig leven gewordt. Wie zich op enigerlei wijze onderscheidt, hetzij in wetenschap, hetzij in de kunst of andere voor de maatschappij en de mensheid relevante disciplines promoveert en de rest wordt op 83-jarige leeftijd om het leven gebracht door de doders. Zo is de maatschappij een extreme meritocratie geworden. Het promotiesysteem voert van de klasse van de Glark, via die van Kroost, Wig, Derde en Rand, naar de klasse van Amaranth, de onsterfelijken. Om voorbereid te zijn op catastrofes worden er klonen gemaakt van de Amaranth die de plaats van de verongelukte in kunnen nemen. Het geheugen en de persoonlijkheid van die klonen wordt voortdurend geactualiseerd.

Jack Vance met Norma 
Hoofdpersoon Gavin Waylock heeft zo zijn persoonlijke redenen om het gehele kastensysteem op de schop te leggen. Zelf een ex-Amaranth die wegens een misdaad zijn status ontnomen is, doet hij er alles aan om het eeuwige leven weer terug te veroveren. Hij werkt zich met bedenkelijke methoden op tot vicekanselier (wat dat verder ook in moge houden) en begint de Amaranth onder zware druk te zetten. Uiteindelijk slaagt hij door een uiterst machtsmiddel: hij begint de klonen te bevrijden. Volgens de wet hebben deze klonen op het moment dat ze tot bewustzijn geraken recht op onsterfelijkheid. Ten gevolge van deze onvoorziene aanwas raakt het evenwicht zodanig verstoord dat de doders hun taken moeten uitbreiden, met onrust en revolutie onder de niet-onsterfelijken tot gevolg. En dat doet het wankele systeem instorten. Zelf wordt Waylock nog een keer door een van zijn gereanimeerde slachtoffers vermoord, maar uiteraard heeft ook hijzelf een kloon tot zijn beschikking. Iedereen, Amaranth en bevolking in gelijke mate keert zich tegen hem, en als slotpleidooi roept hij de mensheid op om zijn voorbeeld te volgen en haar toekomst te richten op de ruimte.

Zoals gezegd: wie een gezellige, exotische planeet verwacht met barokke types en nonchalant uitgewerkte, tot in de details kloppende sociologieën, komt bedrogen uit. De wereld krijgt nauwelijks inkleuring en de personen worden niet uitgewerkt. Ze blijven een vaag kader waarbinnen de handelingen met een dunne pen worden geschetst. Het is allemaal eerlijk gezegd niet bijster interessant. Juist bij zo’n kleurrijk schrijver als Vance verwachten we veel meer. Hij moest zijn draai nog vinden, zullen we maar zeggen.

maandag 15 januari 2018

Ursula K. Le Guin – Duisters linkerhand (MSF 43)

De Grand Old Lady van de sciencefiction, Ursula Le Guin werd geboren op 21 oktober 1929. Ze is momenteel 88 jaar en heeft haar pen nog niet neergelegd. Eén van haar eerste romans werd direct met een Hugo en een Nebula Award bekroond: Duisters linkerhand, voor haar doen deze keer heel behoorlijk vertaald door Mieke Groot (weer eens onder het vertrouwde pseudoniem M.K. Stuyter). Eén keer iemand die iets aflast en een paar andere kleine vergissingen daargelaten.

Dit vreemde en dikke boek probeert een aantal dingen tegelijk te zijn. We bespeuren enerzijds het heroïsche planet building van schrijvers als Jack Vance en Frank Herbert en anderzijds een diepgaande belangstelling voor nieuwe, van de norm afwijkende seksuele gewoontes en hun gevolgen voor de sociologie en psychologie van een volk, zoals we die bij Philip Jose Farmer vaak aan kunnen treffen. In dit geval zijn de mensen cyclische hermafrodieten, die 23 dagen van hun 26-daagse cyclus volstrekt sekseloos zijn, en in drie dagen van kemmer een geslacht aannemen, hetzij mannelijk, hetzij vrouwelijk.

Ursula K. Le Guin
De planeet Winter (Gethen in de lokale taal) is een barre ijsplaneet die geïsoleerd geraakt is van het interstellaire verbond, de Oekumene. Om de banden met de planeet aan te halen wordt een gezant gestuurd, Genly Ai, die moet onderhandelen over aansluiting. Ai verblijft eerst in Karhide, waar hij onder de hoede genomen wordt door eerste minister Estraven. Als zijn poging mislukt wordt Estraven verbannen en trekt Ai naar het tweede machtige rijk van de planeet, Orgoreyn. Daar wordt hij gearresteerd en naar een dodelijk werkkamp gestuurd. Hij wordt bevrijd door Estraven en samen wagen ze de drie maanden durende tocht terug naar Karhide, waar Estraven gedood, maar Ai nu wel als een ambassadeur ingehaald wordt. Karhide sluit zich aan bij de Oekumene. Hoofdthema van het boek is vertrouwen: kan Ai Estraven vertrouwen, kan de planeet Ai vertrouwen? Omdat Estraven hermafrodiet is kan het gebeuren dat hij in kemmer geraakt ten opzichte van Ai, die een man is. Doordat Estraven eerder geportretteerd is met meer mannelijke dan vrouwelijke trekken, krijgt deze fase van de roman ondanks alles een zekere homoseksuele lading die in de context van het verhaal lichtelijk ongemakkelijk aanvoelt, juist omdat het geen echte homoseksualiteit is.

Alles bij elkaar vond ik het eigenlijk een beetje een saai boek. Als je de afwijkende sociologie en seksuele psychologie voor lief neemt, hebben we hier eigenlijk te maken met een vrij simpel verhaaltje waarin, zeker voor een sciencefictionroman, maar bar weinig interessante plotwendingen of uitdagende ideeën verwerkt zijn. De probleemstelling bleef telkens een metafoor voor de gewone menselijke verhoudingen tussen de geslachten, tussen individu en staat. Het boek deed mij denken aan een soort verklede psychologische wildwestroman. Dat deze roman uit 1969 de twee bovengenoemde prestigieuze prijzen wist te winnen heeft volgens mij dan ook meer te maken met het feministische en taboedoorbrekende karakter ervan dan met spannende speculaties of uitmuntende plots.

zondag 14 januari 2018

Frank Herbert - De blik van Heisenberg (MSF 42)

Na een vakantie van drie weken (waarin ik niet forens en dus ook geen M=SF lees), eindelijk weer een berichtje van de dwarse SF-lezer. Waar waren we gebleven?

De blik van Heisenberg (The Eyes of Heisenberg, 1966) is een tussendoortje geweest voor de Amerikaanse schrijver Frank Herbert, die ondertussen al voluit bezig was met zijn Dune-epos. Het was oorspronkelijk verschenen als feuilleton in Galaxy Magazine tussen juni en augustus 1966 en nog in hetzelfde jaar verscheen het als boek. De vertaling van deze Nederlandse editie is van Walter B. Relsky (ook dat was Mieke Groot, weet u nog wel?).  De titel refereert aan Heisenbergs onzekerheidsprincipe, één van de hoekstenen van de kwantummechanica, hier ietwat krampachtig toegepast op moleculair en sociologisch niveau.

Deze medische sciencefictionroman speelt in een verre toekomst. De streng gecontroleerde maatschappij wordt bevolkt door twee onderscheiden klassen, de oppermachtige, onsterfelijke optimensen en het gewone volk. Natuurlijke voortplanting bestaat reeds lang niet meer, is zelfs een taboeonderwerp geworden. Flessenkinderen zijn de enige manier tot voortplanting. Elk embryo wordt door een chirurg aangepast tot het aan de norm voldoet: dociel en serviel. Op een dag besluit een chirurg voor een keer niet in te grijpen wanneer er een heel bijzonder, maar geheel buiten de norm vallend embryo ontstaat. Omdat de optimensen alles in de gaten houden en ze middels genocide de zaak in het gareel willen blijven houden, rest er niets anders dan vluchten, de ondergrondse in.

In het geheim worden de optimensen bestreden door een ondergrondse van nauwelijks menselijke cyborgs. Wanneer die cyborgs en enkele opstandige mensen een verbond aangaan, is het snel afgelopen met de optimensen. Door de cyborgs geconfronteerd met allerlei eonenoude taboes zoals natuurlijke voortplanting en direct, fysiek geweld, wordt de zorgvuldig uitgebalanceerde enzymenhuishouding van de duizenden jaren levende optimensen verstoord en binnen een verbluffend korte tijd zijn ze allemaal ofwel dood, ofwel ziek, zwak en onderworpen aan de nieuwe wereldorde.

Frank Herbert
Zoals bij wel meer werk van Herbert, is het kernprobleem ook hier de onvermijdelijke aangeboren kwetsbaarheid van inflexibele statische sociale systemen. Een aantal vaste thema’s uit Herberts werk komt terug in deze roman: de vastgeroeste, op rituelen draaiende maatschappij met een daarbij behorende etiquette is zo’n thema. Ook heeft Herbert wel vaker belangstelling getoond voor exotische en geheime communicatiemethoden. In dit boek is dat het hand-in-hand-taaltje van de twee mensen om wie het hele spul begonnen was. Ook de schijnbare onsterfelijkheid van de optimensen vindt zijn echo in bijvoorbeeld Leto II uit de Dune saga.

Geen bijzonder goed boek, ook niet slecht. Ik herinner me dat ik het bij eerste lezing, midden zeventiger jaren, beter vond dan nu.

woensdag 20 december 2017

Jack Vance – De Dirdir (MSF 41)

De Dirdir is het derde deel van het Tschai-vierluik. Eerder verschenen Een stad vol Chasch en Onder de Wankh. De lotgevallen van Adam Reith op de waanzinnige planeet Tschai nemen een vervolg. Bijgestaan door zijn twee vrienden Traz en Anacho blijft hij proberen een ruimteschip te kopen of te bouwen om terug te kunnen keren naar de Aarde.

Dit deel is vertaald door Warner Flamen, en dat is een pseudoniem van de eindredacteur van de hele reeks: Mark Carpentier Alting. Dat is, naar M=SF-maatstaven, redelijk gedaan. Vance’s vlotte en organische stijl leent zich wel voor soepele en smeuïge vertalingen.

Dit deel brengt de drie vrienden naar de stad Vervodei, waar een ruimtebasis en een uitgebreide onderwereld te vinden is. Vele soorten mensen bewonen de stad, die gecontroleerd wordt vanuit Hei, een zuivere Dirdirstad. In Vervodei is alle te koop, als je maar geld hebt. En dat is het probleem van Adam Reth: hij is bankroet. Uiteindelijk komen ze aan fondsen door in het bij gelukzoekers geliefde niemandsland Carabas op Dirdir te gaan jagen. Met ongeveer tweehonderdtwintigduizend sequijnen hoopt hij een ruimteschip te zullen kunnen gaan bouwen. Daartoe gaat hij in zee met de immorele boef Aila Woudiver, een meedogenloze opportunist die zichzelf beschouwt als een dirdirman en dus gemene zaak speelt met de Dirdir. Uiteindelijk worden de drie reizigers natuurlijk verraden en dreigt er een pijnlijke dood in een Dirdir sportpaleis. Alle rampspoed wordt evenwel afgewend, vooral door Reith’s astute inzicht in Dirdir psychologie en wettenstelsel. Aan het eind van het boek is Woudiver in hun macht en wordt de constructie van het ruimteschip hervat.

Jack Vance
Ook dit deel munt weer uit in wat de Amerikaanse critici zo heel fraai planetbuilding noemen. Met veel aandacht voor details weet Vance de enorme rommelzooi van zes duidelijk van elkaar verschillende intelligente rassen op één planeet op bijna achteloze wijze helder uit elkaar te houden. Nooit slaat de wanhoop toe die slecht geplotte boeken in ons oproepen. Ook op het gebied van de verdere inkleuring van deze vreemde plaats staat Vance met opvallend gemak zijn mannetje. Smaken, stoffen en geuren schudt hij uit de mouw alsof hij geboren en getogen is op Tschai.

woensdag 13 december 2017

Harry Harrison – Bill, de held van de Melkweg (MSF 40)

Bill, de held van de Melkweg, de satirische sciencefictionroman van Harry Harrison uit 1965 vond ik bij herlezing tegenvallen. Nu ja, wat betekent de term “herlezing” in dit geval? Ik las het boek in Domaso, en dat betekent dat het 1972 of 1973 moet zijn geweest – ik gok op het laatste. Ik was een stuurse, anarchistische jongen met lang maar moeilijk haar. Ik was dwars en droeg de hele vakantie in Italië mijn legerdumpkleren, en las een totaal van vijftien boeken.

Het door de ervaren vertaler Frits Lancel nogal slordig vertaalde werk doet een beetje denken aan, maar is van mindere kwaliteit dan, Sam, of de Pluterdag van Paul van Herck (want dat was laconieker en geestiger) of De grote uittocht van Eric Frank Russel (want dat was speelser en geestiger).

Het verhaal is simpel: Bill, een eenvoudige boerenjongen, wordt gerekruteerd in het leger en beleeft vreemde, soms absurde avonturen. Hij weet in leven te blijven en wordt per ongeluk een held. Aan het eind blijkt hij volledig een deel van dat leger geworden te zijn. Het is een beetje Catch 22, maar dan in de intergalactische ruimte. De oorlog die de mensheid voert is tegen de Chingers, een buitenaards ras van zeven voet lange mensenetende reptielen met vier arrmen. Later komt Bill erachter dat de Chingers in werkelijkheid vredelievende, zeven-duim lange wezens zijn, die maar niet begrijpen waarom de mensheid ze zo graag wil uitroeien. Maar dat maakt allemaal niets uit: hij ontdekt dat de oorlog uitsluitend gevoerd wordt om het militair-industrieel complex in stand te houden en dat alles wat op de galactische nieuwskanalen over de vijand gerapporteerd wordt compleet fake-nieuws is.

Harry Harrison
Het is duidelijk: dit boek is typisch zestiger jaren politieke satire. De planeet waar Bill zijn laatste “heldendaad” verricht, een planeet vol moerassen waar alle planten en inboorlingen het ongewenste invasieleger te lijf gaan, doet wel heel erg aan Vietnam denken. De satire zit er zo dubbeldik bovenop, dat het me uiteindelijk meer deed denken aan een politieke strip, van Robert Crumb bijvoorbeeld, of onze eigen Willem, zoals die in bladen als Hitweek of Tante Leny Presenteert verschenen, dan aan een sciencefictionroman.

Een aardig boek, niet extreem leuk, maar wel aardig, dat erom schreeuwt om in zijn tijd geplaatst te worden. Ik noem niet graag iets gedateerd, maar deze roman wil niet anders als gedateerd zijn: in het midden van de zestiger jaren, in de opkomende subcultuur van de popart en underground, uitgesproken tegenstander van de waanzin van het militarisme.

woensdag 6 december 2017

Larry Niven – Neutronster (MSF 39)


Larry Niven is met grote voorsprong mijn favoriete sciencefictionschrijver. Ik heb alles van hem in de kast staan. Menig boek van hem, al dan niet in samenwerking met anderen geschreven, heb ik meerdere malen herlezen. Ik lees hem uitsluitend in het buitengewoon soepele, gemakkelijke Engels dat van hem één der beste stylisten maakt in het genre. Maar natuurlijk was mijn kennismaking met hem in het Nederlands, in 1971, met Neutronster. Ik las het vrij snel nadat het uitkwam en een levenslange liefdesrelatie was geboren. Voordat men denke dat dit een hagiografie gaat worden: vanzelfsprekend heeft hij in de vijfenvijftig jaar dat hij publiceert ook middelmatige en zelfs slechte boeken geschreven.

Politiek gezien is Larry Niven niet geheel zonder controverse. Hij wordt nogal eens beschuldigd van extreemrechtse standpunten. Persoonlijk vind ik die beschuldigingen hogelijk overdreven. Laten we vooropstellen dat Niven ongetwijfeld een republikein is en niet bepaald een progressieve republikein, maar het was zijn vriendschap met sciencefictionschrijver Jerry Pournelle, met wie hij een aantal boeken heeft geschreven, die hem min of meer in de controversiële hoek gemanoeuvreerd heeft. Pournelle was namelijk wel degelijk een extreemrechtse alt-right figuur, die Mussolini bewonderde, milieugroepen haatte en zijn aartsconservatieve en militaristische wereldbeeld nooit onder stoelen of banken stak. In Nivens werk daarentegen is het helemaal niet zo eenvoudig om welke politieke mening dan ook te ontdekken. Niven lijkt me hier een beetje het slachtoffer te zijn geweest van besmetting by proxy: alleen al door zich in te laten met Pournelle is hij verdacht. In zijn boeken lees ik het in ieder geval niet. Integendeel: iemand die zich zoals Niven zo gemakkelijk en empathisch in de psyche en de sociologie van vreemde wezens en maatschappijen kan verplaatsen, kan eenvoudigweg geen fundamentalistische conservatief zijn. Ik denk dat hij veeleer een klassieke libertariër is dan een conservatief.

Al vanaf het allereerste begin bouwt Niven aan een eigen, wat we noemen future history: een tijdlijn binnen welke zijn verhalen en romans zich afspelen. Al schrijvende voegt hij nieuwe elementen toe, waar in latere werken weer aan gerefereerd worden. Deze goed door Ivain Rodriguez de León vertaalde bundel verhalen speelt in zijn geheel in die future history, in een bol van globaal zestig lichtjaren diameter die bekend staat als The known space. Die bol wordt gedomineerd worden twee krachtige rassen, de mens en de kzin, maar er zwerven allerlei andere wezens rond, zoals onder meer de kdatlyno, de buitenstaanders en vooral de poppenspelers. Elk van deze volkeren heeft een uitgebalanceerde psychologie meegekregen die in de loop van decennia alleen nog maar verfijnder zou worden.

Larry Niven
Omdat Niven al schrijvende bouwde aan zijn universum, kon het gebeuren dat hij zich nog wel eens moest corrigeren in een later verhaal. Dat merken we meteen in het eerste verhaal van deze bundel, Neutronster. De albino Beowulf Shaeffer wordt er door de poppenspelers, fabrikanten van de ondoordringbare General Products romp voor ruimtevaartuigen op uitgestuurd om te onderzoeken welke dodelijke kracht door die schijnbaar ondoordringbare romp heen kon komen en de passagiers kon doden. Uiteindelijk komt hij er achter en ontfutselt hij en passant een miljoen sterren van de poppenspelers die de precieze locatie van hun thuisplaneet zozeer geheim willen houden (het zijn intelligente lafaards) dat zelfs de suggestie dat hun wereld geen maan heeft hun veel afkoopgeld waard is. In een veel later verschenen verhaal zou blijken dat de poppenspelers niet alleen wel degelijk op de hoogte waren met getijden en satellieten, maar dat ze zelfs grootmeesters waren op het gebied van het manipuleren van planeten en manen. Nivens verklaring van de afkoopsom in retrospectief is dat ze daarmee juist de suggestie hadden willen wekken dat hun thuisplaneet geen maan had. Zo werkt Niven: hij blijft bouwen en ombuigen en gaatjes opvullen, totdat zijn future history homogeen en chronologisch in orde is.

In Een relikwie van het imperium wordt een bioloog op een verre planeet lastig gevallen door een stelletje ruimtepiraten. Dat zij de curieuze flora van de planeet niet kennen wordt hun fataal. Exploderende bomen, anderhalf miljard jaar geleden ontwikkeld door een verloren gegaan superras, de tnuctipun, maken een einde aan de piraten.

Omdat Beowulf Shaeffer (zogenaamd dus) het geheim van de poppenspelers kent, namelijk dat hun planeet geen maan zou hebben, wordt hij gedwongen om opnieuw een levensgevaarlijke expeditie uit te voeren, dit keer Naar het hart van de Melkweg. Hij ontdekt dat die kern van de Melkweg aan het exploderen is en dat over twintigduizend jaar een golf van straling de gehele bekende ruimte zal gaan steriliseren. Bij thuiskomst blijken alle poppenspelers meteen vertrokken te zijn, naar de Andromeda-Galaxy misschien, wie weet? Poppenspelers zijn lafaards, dat is waar, maar ze zijn wel volstrekte realisten. Dus nemen ze de benen bij de eerste aanwijzing van gevaar. Over twintigduizend jaar zullen de mensen en de kzin een massale, chaotische aftocht moeten organiseren, terwijl de poppenspelers dan alweer een heel stuk verder in de richting van de veiligheid zijn. Is dat, zo vraagt Niven zich af, niet ook een vorm van moed?
Dit verhaal is ondertussen wetenschappelijk volledig achterhaald. De kernen van melkwegstelsels bestaan niet uit sterren die zo dicht bij elkaar staan dat een supernova een kettingreactie kan veroorzaken, maar uit superzware zwarte gaten. Als je, zoals Niven, zo dicht mogelijk bij de nieuwste ontwikkelingen op natuurwetenschappelijk gebied probeert te blijven, kan zoiets je overkomen. Schouders ophalen en verder gaan.

Sciencefiction met een archeologische insteek is altijd een favoriet bij mij geweest. Dus is Het zachte wapen ideaal geschikt voor mij. De poppenspeler Nessus en zijn twee menselijke reisgenoten worden onderschept door een groep kzin-piraten die het op hun stasiskist voorzien hebben. De tnuctipun en de slavenhalers hebben tijdens hun totale vernietigingsoorlog van 1500 miljoen jaar geleden her en der tijdloze kisten achtergelaten met technologie, informatie en wat niet al. Nessus heeft er een gevonden en de kzin pikken hem in. Het blijkt een stasiskist van een tnuctip-spion te zijn en uiteindelijk stuiten de piraten onvermijdelijk op de zelfvernietigingsknop van het zachte wapen. De mensen overleven het omdat ze sluw zijn. Nessus overleeft ook. En dat is maar goed ook, want hij moet in de beroemde latere romancyclus rond Ringworld een hoofdrol gaan spelen. En nog weer later in zijn prequel Fleet of worlds.

In Vlaklander komen we Beowulf Shaeffer weer tegen. Deze keer ontmoet hij de rijkste man van het universum, die zijn zinnen erop gezet heeft, de vreemdste planeet van de bekende ruimte te bezoeken. Hij koopt de informatie van de merkwaardige buitenstaanders, een ras dat bij de temperatuur van vloeibaar helium leeft en handelt in informatie. Voor een extra bedrag willen ze ook vertellen waarom die planeet de vreemdste is van de bekende ruimte. De rijkaard gaat daar niet op in, met bijna fatale gevolgen. Ondertussen komen we weer een manier te weten om de schijnbaar zo onverwoestbare General Products romp te slopen.

Verreweg het zwakste verhaal is De regelen der waanzin, over een man die een misdaad begaat en daarom tot het einde van het universum achtervolgd wordt. Het verhaal voegt weinig of niets toe aan het Niven-universum en is lang, langzaam en saai.

Veel korter is De misdeelden, een laconiek verhaal over het ondenkbare: namelijk dat de anderhalf miljard jaar oude slavenhalers, gemuteerd en al, nog steeds blijken te bestaan, nu als sedentair levende, telepathische dieren.

Llobee, ten slotte, is weer een verhaal met Beowulf Shaeffer, die een ontvoerde kdatlyno beeldhouwer bevrijdt. Een typisch Niven verhaal met veel spitsvondigheden, goed uitgewerkte karakters en een onweerstaanbaar mooie vrouw van driehonderd jaar oud.

In deze verhalen komen we geen makkelijke oplossingen tegen, geen Ballard-achtige fopspenen. Hier zijn goedgeschreven gestructureerde harde sciencefictionverhalen, waarvan de plots en de psychologie kloppen en waarin een sense of wonder heerst die mij al vijftig jaar betovert. De diep doordachte clous sprankelen en tintelen, en worden vaak afgesloten met een kleine laatste twist waar wij als lezers al helemaal niet aan gedacht hadden. Niven geeft ons daarbij niet het gevoel dat we in de maling genomen zijn, maar dat hij en ik, op ons niveau, op voet van gelijkheid deze slimheid hebben uitgedacht. Dat is sympathiek, dat bindt.